![]() |
combinatoriek |
![]() |
||
|---|---|---|---|---|
Aangepast zoeken
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
MengvormenVoorbeeld 1Iemand gooit eerst met een dobbelsteen en vervolgens met een muntstuk. Met de dobbelsteen zijn er 6 mogelijke uitkomsten, met het muntstuk 2. Hoeveel mogelijke uitkomsten (gebeurtenissen) zijn er in totaal? Oplossing 1We maken een schema.
De 12 gebeurtenissen kunnen bijvoorbeeld worden opgeschreven als: (1,K) (1,M) (2,K) (2,M) (3,K) (3,M) (4,K) (4,M) (5,K) (5,M) (6,K) (6,M) Je ziet dat het totale aantal gebeurtenissen gelijk is aan het aantal mogelijke worpen met de dobbelsteen maal het aantal mogelijk worpen met het muntstuk. Dus: totale aantal gebeurtenissen = 6 × 2 = 12 Voorbeeld 2Hoeveel mogelijke postcodes kun je maken met de volgende regels?
Oplossing 2We maken weer een schema. * De 0 doet niet mee (regel 1) ** Er doen 24 letters mee (regel 3) Het totale aantal postcodes bedraagt dus 9 × 103 × 242 = 5.184.000. Voorbeeld 3Een groep bestaat uit 8 meisjes (aangeduid met A, B, C, D, E, F, G en H) en 12 jongens (aangeduid met a, b, c, d, e, f, g, h, i, j, k, l). Er worden aselect 4 meisjes en 5 jongens aangewezen. Hoeveel mogelijke gebeurtenissen zijn er? Oplossing 3We maken weer een schema. Het totale aantal gebeurtenissen bedraagt dus
Al met al zien we: Het aantal gebeurtenissen bij mengvormen vind je door de aantallen deelgebeurtenissen met elkaar te vermenigvuldigen.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||